Aan het eind van elke maand blikken we terug op de gebeurtenissen van de afgelopen weken. Deze maand schreef secretaris Marijn Baars een Epos met hoofdletter E over zijn belevenissen in november.

November – de meest ellendige en zinloze maand, volgens sommigen – zit er weer op. Ditmaal valt mij de eer te beurt om in enkele honderden woorden (dat is altijd het doel, totdat je met bijna 1300 eindigt) terug te blikken op de afgelopen maand bij Awater. En wat een maand, mag ik wel zeggen. Om even terug te komen op mijn openende zin (het woord ‘openingszin’ heeft zo’n rare connotatie tegenwoordig): aangezien ik de afgelopen maand vaker ben natgeregend dan mij lief is en ik deze blog nu ook schrijf terwijl ik onder het genot van een pint Guinness voor de vierde keer vandaag aan het opdrogen ben, ben ik haast geneigd om met de stelling in te stemmen. Gelukkig roert zich in mijn geest een ander gemoed wanneer ik terugdenk aan wat ik de afgelopen maand allemaal heb meegemaakt, en vele Awateraars met mij.

Alvorens ik begin een kleine levensles: geef een man een burger, en hij zal een avond goed eten. Geef een man een burger, doe daar cheddar en bacon op en serveer er een pint Iers genot bij, en hij zal nog vaak terugkomen voor meer. Ik noem geen namen in verband met sluikreclame, maar dit maakt je avond wel weer even goed.

Okee, terug naar het onderwerp: november. Als ik de maand in één woord zou moeten samenvatten, valt de keuze op ‘bier’. Dat is niet geheel toevallig: waar Awater het mechaniek is, was bier de smeerolie deze maand. Aan het begin van de maand heeft er namelijk een revolutie plaatsgevonden. Generaties secretarissen voor mij hebben een fantastische functie bekleed, maar dezelfde secretarissen werden iedere maandagochtend aan het begin van de bestuursvergadering geconfronteerd met de pure horror die besloten lag in het dinosaurusei dat voor de Awatercomputer moest doorgaan. Welnu, enkele mailtjes later erkende het departement mijn worstelingen en hebben zij een nieuwe computer geleverd. Welk een vreugd er uit mijn ogen scheen toen er een apparaat voor mij stond dat in significant minder dan een half uur opstartte is niet in woorden te vangen. Evenmin in woorden te vangen is de horror die mijn maag tot een loden ballon reduceerde toen ik mij bedacht dat het ledenbestand nog op de oude computer stond… Hier even een woordje van dank voor het FSC die mij herenigd hebben met het ding waarvan ik nooit gedacht had dat ik ooit blij zou zijn om het te zien. Inmiddels zijn alle problemen opgelost en is de rust in mijn nederige secretariswereldje hersteld. Om deze emotionele achtbaan enigszins intact te doorstaan is er natuurlijk maar één middel adequaat: bier.

Het volgende in mijn gezellig drukke agenda was het maken van de kerstfoto’s. In november? Jazeker! In november is het namelijk nog enigszins te doen voor de vijf zeer menselijke mensen om zich op leuke wijze op de foto te laten zetten zonder dat het ontaardt in een concerto in kleum groot voor klappertand en voetgestamp. Daarnaast was het licht gewoon tof. De resultaten van deze fantastische fotoshoot zijn binnenkort te bewonderen in de eerstvolgende ledenmail! Op dit punt moet ik echter wel een kleine bekentenis doen. Een bestuursjaar heeft ontelbare zeer goede kanten, maar je zult als bestuurder ook vaak op de foto moeten. Degenen die mij al langer kennen wisten het al, voor de rest bij dezen: ik hou niet van op foto’s staan. Je raadt het: om deze beproeving door te komen is er maar één zalf die de wonden heelt…

Eveneens in november begaf ik mij in goed gezelschap in mijn rode vierwielertje richting het land van het Reinheitsgebot, onderwijl liftende Awateraars bezemend. 165 linkerbaan… sorry, 180 haalt ie niet. Dat terzijde: eenmaal aangekomen in het pittoreske Bremen had niet alleen mijn auto dorst. Het is wellicht maar goed ook dat ik zaterdag nuchterheidsdienst had om de schade nog enigszins te beperken. Bremen is overigens een machtig mooie stad. Het is, evenals mijn geboorteplaats, een Hanzestad, en dat is er nog goed aan af te zien. Majestueuze gebouwen rondom het centrale plein, overal sporen die aan de handel herinneren, natuurlijk de kenmerkende rivier en als kers op de taart een raar gebruik dat eigenlijk alleen per schip uit het zuiden van ons landje overgewaaid kan zijn (of misschien wel andersom). Oh, en het heeft zijn eigen biermerk. Het bier is helaas niet half zo avontuurlijk als Awater, maar ook in Bremen hebben ze een kroeg die Guinness tapt. Volgend jaar is het mijn beurt om met een kersverse maar zeer enthousiaste commissie vanaf het startpunt een liftweekend neer te zetten. De locatie houden we nog even geheim (weten we zelf ook nog niet), maar ik kan je garanderen dat daar ter plekke er goede zaken uit de gouden kranen zullen vloeien.

Later in de maand kreeg november echter pas met recht de benaming ‘maand van het bier’. Dat komt als volgt: een aantal van jullie herinneren zich misschien nog wel de zeer geslaagde constitutieborrel die wij als bestuur gaven voor de andere besturen van Utrecht. Dankzij een oud en nobel gebruik genaamd ‘brassen’ waren wij genoopt op latere momenten nog met enkele besturen apart te gaan borrelen. Maar liefst vier van deze borrels later waren we hechter dan ooit met sommige collega-besturen en in verschillende staten van alcoholisering. Ik kan het je aanraden: wil je een gezellige avond hebben? Een paar mensen, een paar kratten bier en eventueel wat borrelhapjes (liefde voor Albion en hun popcorn!) doen het altijd goed.

Niet alleen het bestuur ging aan de drank deze maand: eind november vond de eerste activiteit van Awaters lekkerste commissie plaats, en uiteraard stond deze in het teken van bier. Speciaalbier, om precies te zijn. De FoodCie heeft Awater tot nieuwe, verhelderende en gezellige inzichten gebracht omtrent acht heerlijke bieren waarvan er een nu weer met veel genot door mijn keel glijdt. Had ik al verteld dat ik op het onderlichaam van een Ier zit? Bij dezen. Hij draagt een kilt, dus het zal wel goed zijn.

Een dag voor bovenstaande proeverij vond een mijlpaal voor het bestuur plaats: de bestuursevaluatie. Ik had de eer om mijn medebestuurders te mogen ontvangen in mijn penthouse, alwaar wij onder het genot van pasta en, heeft het nog vermelding nodig, bier, hebben teruggeblikt op het voorbije blok. De details zijn uiteraard vertrouwelijk, maar wat ik wel mag zeggen is dat wij het een grote eer en een nog groter genoegen vinden om met zijn vijven zo’n fantastische vereniging als Awater te mogen besturen!

Nu de laatste slokken Guinness door mijn keelgat glijden moet ik ook mijn blog gaan afronden. November is immers voorbij. Teruglezend wat ik zojuist aan het digitale papier heb toevertrouwd moet ik de stelling die ik aan het begin van mijn blog opwierp met alle overtuiging verwerpen: november mag dan op zich niet de meest inspirerende maand zijn, maar dankzij Awater is het alsnog een fantastische maand geworden. Ik sluit nu af en ga mijn das verwisselen voor een exemplaar dat wederom een mijlpaal (november is blijkbaar ook een maand van mijlpalen, en bij iedere mijlpaal staat het bier koud) betekent voor Awater: het herendispuut Cum Grano Salis heeft nu zijn eigen das, logo en zinspreuk! Ik voel mij eens te meer trots deel uit te mogen maken van deze prachtige vereniging, en de das waarop trots een penis prijkt brengt dat uitstekend tot uitdrukking. Blauw met goud is ie geworden, blauw omdat we dat mooi vonden, en goud ‘omdat we gouwe jochies zijn’, aldus Tante Cil. Deze tante ga ik gauw een bezoek brengen. Tot de volgende!